Bij Eva Hoeke volgde ik twee jaar geleden de workshop Columns aan de keukentafel – nog steeds schrijf ik graag. Op deze plek publiceer ik mijn reflecties en observaties – op onregelmatige basis.
‘Alsof ik de aarbeidbabies liefdevol onder een dekentje stopte’
– appte ik lyrisch aan een vriendin.
‘De sensatie van die plantjes uitpakken en verzorgen was zo nieuw voor mij’ – deelde ik verbaasd-opgetogen mee aan mijn man.
Als kind kwam ik tot mijn achtiende amper buiten de ring. Soms gingen we met de trein een weekend naar mijn oma in Brabant. Dat voelde toen als equivalent van naar Parijs gaan nu.
Spelen in het groen betekende rondhangen op de dijk van het Muiderpoort station. Oppassen voor condooms en naalden. Op het pleintje spelen betekende risico nemen: al koppeltje duikelend kon zomaar je broek naar beneden worden getrokken. En leren rolschaatsen in the urban jungle was een pijnlijke ervaring. Zeker met een korte broek aan.
Buiten spelen betekende vieze handen, voor lul staan en gravel in mijn knieën. Geen warm groene glorieuze herinneringen.
Natuurlijk kwamen er na die jeugd wel mogelijkheden tot het opbloeien van groenliefde voorbij. Ik heb al jaren een tuin(tje), mijn man is iedere lente in de weer met potten, aarde en kweekprojectjes. Maar het greep me niet. Leuk om naar te kijken, geen neiging om mee te doen.
Tot dus mijn aarbeidbabies.
Helemaal zelf die bakken klaarmaken. Tuinaarde en potgrond. Worteldoek. Aandacht. Vier keer vijf dappere plantjes, gekweekt om aan te slaan, 15-20 centimeter uit elkaar. Geen water op de plant maar eromheen.
Aarde onder mijn nagels. Vlekken op mijn trui. En nu gevoel bij wat ik zelf in de grond heb gezet.
Ruim 45 jaar na die jeugd op verzengend asfalt en grove tegels de liefde voor een plantje ervaren. Het is me wat, en dan ook nog met de zomerkoning. Moge hij vele vruchten dragen. Ik zal hem koesteren.
—
Dit verhaal raakt aan iets wat ik vaker zie in mijn werk.
Sommige ervaringen komen niet op het ‘juiste moment’. Ze komen wanneer er ruimte is. Wanneer iets in jou veilig genoeg is geworden.
Bij de mensen met wie ik werk zie ik dat terug. Dat ogenschijnlijk kleine dingen – zoals zorgen voor een plantje – ineens een ingang blijken naar iets groters.
Niet omdat het groot gemaakt wordt. Maar omdat het eindelijk binnenkomt.
Ik kijk met oog voor detail naar de wereld en ben van nature reflectief en creatief. Datzelfde oog neem ik mee in mijn coaching: ik hoor en zie wat er niet gezegd wordt en waar het écht om draait. Zo vertaal ik mijn inzicht en kennis naar praktische begeleiding op maat, zodat jij meteen een stap verder kunt.